Naar aanleiding van de Nashville-verklaring

Wij realiseren ons dat er binnen de christenheid wereldwijd grote verschillen van inzicht met betrekking tot vragen over seksuele geaardheid en seksuele moraal bestaan. Het gesprek hierover kan een verrijkende ervaring zijn die mensen dichter bij elkaar brengt. Waar het gesprek of de bereidheid daartoe ontbreekt, kan een kloof ontstaan die nog maar moeilijk te overbruggen is. Dat laatste is ook in ons eigen land nu het geval. Met het publiceren van de Nederlandse vertaling van de Nashville-verklaring en de ondertekening door ongeveer 250 predikanten wordt een bepaalde positie ingenomen en worden andere meningen in soms felle bewoordingen als onchristelijk afgewezen. Daarmee geven de ondertekenaars er naar onze mening blijk van dat zij zich afsluiten voor dialoog en daarmee verzaken aan hun pastorale plicht. Dat betreuren wij ten zeerste.

De kwaliteit van de verklaring is naar onze mening zowel qua bijbelinterpretatie alsook waar het theologische inzichten en pastorale benadering betreft onder de maat. Met de taal en de stelligheid waarmee een bepaalde positie wordt ingenomen als zou die samenvallen met Gods ‘oorspronkelijke schepping’ leggen opstellers en ondertekenaars niet alleen zichzelf vast, maar kwetsen zij mensen uit de LHBTQ-gemeenschap en andere christenen die een meer dynamische visie op Gods schepping en verlossing hebben. Het is onze ervaring dat de variatie en geschakeerdheid van mensen een weerspiegeling vormt van de rijkdom van Gods schepping en zijn genade. Wie die variatie inperkt loopt het risico om zichzelf af te sluiten voor die rijkdom en Gods genade tekort te doen. Wij juichen de openheid van onze tijd en onze samenleving toe, waarin mensen zich voor wat zij als hun aard ervaren niet hoeven te schamen en wij vinden het bijzonder jammer dat er opnieuw gelovige christenen zullen zijn die zich door de ondertekenaars van de verklaring in de steek gelaten voelen.

Wij nemen niet alleen afstand van de Nashville-verklaring, maar we blijven ons ook inzetten om het gesprek over menselijke relaties en seksualiteit te helpen voortzetten. Dat zullen we doen binnen onze eigen kerk en met de kerken met wie wij ons samen verantwoordelijk weten voor de verkondiging van het evangelie.  De Raad van Kerken heeft aangegeven de problematiek op de agenda te zetten. We hopen dat er vanuit de Raad en met zoveel mogelijk kerken een duidelijk positief en hoopvol teken naar de LHBTQ-gemeenschap gesteld kan worden. Wij maken ons daarvoor sterk.

 

+ Joris Vercammen, aartsbisschop van Utrecht

+ Dirk Jan Schoon, bisschop van Haarlem

Amersfoort, Bisschoppelijk Bureau, 8 januari 2019