03 Een vuur dat nooit meer dooft

Preek bij tweede zondag van de veertigdagentijd, jaar C, 17 maart 2019

Exodus 34, 27-35; 1 Korintiërs 13, 1-13; Lucas 9, 28-36

Zusters en broeders,

“Geschokt en nog niet in staat te begrijpen wat er gebeurd is”. Het is de beschrijving van wat veel mensen in onze kerk hebben ervaren rondom de abrupte beëindiging van het leven van pastoor Remco Robinson. “Hij was moegestreden in dit leven” vertelde de aartsbisschop gisteren met gebroken stem aan het begin van de synode toen we een moment namen om pastoor Remco te herdenken.

Remco was een spiritueel mens die het geloof zeer diep en intens ervoer. Wij vonden elkaar in onze zoektocht naar een doorleefde priesterspiritualiteit. Blijkbaar balanceerde hij op het dunne lijntje van het licht, waarbij hij geregeld ten prooi viel aan het duister.

“Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur dat nooit meer dooft, een vuur dat nooit meer dooft. Als alles duister is.”

Deze week heb ik als in een wolk ervaren die het licht wegnam in deze wereld. Alles leek even zinloos tegen de schaduw van dit verschrikkelijke sterven van een collega en vriend. In zijn zoektocht naar een spoor van Gods belofte lijkt hij te zijn verdwaald, verloor de hoop en zag blijkbaar geen andere uitweg meer. Depressie is een vreselijke ziekte, hoorde ik veel mensen zeggen deze week. Ik kan het beamen. Mensen die zelf geen depressie hebben meegemaakt kunnen zich niet voorstellen hoe het is om het gitzwarte duister in jezelf te ervaren.

Een zoektocht op de berg

In de zoektocht door het leven heen kunnen we overweldigd worden door de complexiteit daarvan. Het blijkt soms moeilijk om een goede levensregel te ontwaren die ons kan dragen, ook als alles duister is. We hopen dan in het geloof dat er een vuur wordt ontstoken, maar wanneer ik de lezingen van vandaag lees dan lijkt het wel een onmenselijke opgave.

Waar vorige week de zoektocht van veertig dagen van Jezus in de woestijn centraal stond, lezen we nu van Mozes die in zijn zoektocht naar een goddelijk richtsnoer voor het leven, voor zijn volk, een onmenselijke opgave volbrengt. Hij versterft veertig dagen en nachten, geen brood eet hij en geen water drinkt hij zoals er letterlijk staat. Je kunt het lezen als voedsel voor het lichaam, maar ook als een verstoken zijn van geestelijk voedsel, als in een depressie, een donkere nacht van de ziel, zoals we bij Johannes van het Kruis kunnen lezen. Hij moet vergaan van de honger en dorst voordat hij klaar is om Gods belofte in de vorm van de tien geboden te kunnen ontvangen. Maar wanneer hij dan de weg geopenbaard krijgt in de wet op de stenen tafelen ontsteekt dat een vuur in hem dat nooit meer dooft en zichtbaar van hem afstraalt.

Jezus gaat ook de berg op. Het drukt ook de moeite uit die Jezus doet op zoek naar de duiding van zijn taak. Daar waar Hij misschien wel worstelt met wat er van hem gevraagd wordt lijken zijn vrienden niet op te merken wat hier gebeurt. Ze vallen in een diepe slaap. Ze kunnen niet begrijpen wat Jezus doormaakt en Jezus moet dit alleen doen. Wanneer ze dan uit hun slaap wakker schrikken, zien ze hoe deze zoektocht Jezus werkelijk heeft veranderd, zien ze in hoezeer de wet en de profeten met hem zijn en dat het ervan afstraalt. Petrus wil tenten bouwen. Zo willen ze het vasthouden en inkaderen in dat wat we als mensen kunnen begrijpen.

De zoektochten van Mozes en Jezus geven hun kracht door hun contact met het goddelijke. Het is alleen geen weg zonder gevaar. In de duisternis van de wolk die dit omgeeft kun je ook gemakkelijk verdwalen. Het kan een klimmen worden zonder einde, tot je niet meer verder kunt en misschien geen weg meer terug ziet. Misschien zou je daar eeuwig willen blijven, misschien word je overweldigd door angst terug te keren in een wereld die jou niet snapt. Het kan je aan alle realiteit onttrekken. Dan de liefde ervaren zorgt ervoor dat je in contact blijft staan met het leven. Het kan je weer doen afdalen tot de mensen, zoals Mozes en Jezus dat ook weer deden. Wat ze ervoeren op de berg heeft betekenis in de vlakte van het leven. De verandering was merkbaar en voor de mensen om ze heen niet te begrijpen. Wanneer we dat zelf merken bij elkaar is het belangrijk dat we met liefde naar elkaar blijven kijken en ook naar onszelf. Dat houdt onze ervaringen in contact met de wereld.

Terug op aarde

Ons leven verandert continu. Telkens weer gebeuren er dingen in dit leven waardoor je anders gaat kijken naar je leven. Er is niet één moment in je leven waarop je het voor de rest van je leven vastlegt, hoe graag we dat soms ook zouden willen. Hoe je het wendt of keert, telkens gebeuren er dingen waardoor je – al is het maar een beetje – een ander mens wordt.

Telkens weer ga je door je leven heen om opnieuw bij jezelf te komen, bij je bron. De gelovige doet dat misschien op een andere wijze dan de ongelovige. De ene traditie doet het anders dan de andere traditie en dat is prima. Maar we moeten ook niet bang zijn om ons te laten inspireren door andermans levensvisie.

Jezus heeft kracht opgedaan bij Mozes en Elia om zo zijn uittocht geestelijk voor te bereiden. Zijn opdracht is hem duidelijk geworden en Hij accepteert die. Terug in de harde werkelijkheid van de dag rest er niets anders dan de kwetsbare mens. Wel één die voorgoed is veranderd en die nog meer zal veranderen.

Zo komen ook wij terug in die harde werkelijkheid, die ons voor verschrikkingen stelt waar de gedachten aan, voor sommigen een onrealistische angst inboezemen. Paulus vraagt ons om alles wat we meemaken met liefde tegemoet te treden. Alles wat we doen ook met liefde te omgeven. Het voorkomt dat we onszelf verliezen, dat we een heilige grens overgaan waardoor anderen verbijsterd doet achterblijven omgeven door een wolk van verdriet en onbegrip.

Het is goed om van tijd tot tijd te reflecteren op ons eigen leven, zoals we in de veertigdagentijd kunnen doen. We mogen ons dan ook op de berg terugtrekken en zoeken naar dat stukje God. In de liefde mogen we elkaar deelgenoot maken van onze zoektocht, van onze worstelingen die we doormaken. Dat samen delen helpt ons om de weg niet kwijt te raken. Daarom brengt God ons samen rondom Christus om met elkaar die weg te gaan. Het mag ons sterken en glans geven aan ons geloof. In die glans verschijnt Christus voor altijd die een lichtend vuur mag ontsteken dat nooit meer dooft.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde