3e zondag van de veertigdagentijd 2014

Levend water

Preek bij de derde zondag van de veertigdagentijd, jaar A 22 en 23 maart 2014

Exodus 17, 1-7; 1 Korintiërs 10, 1-13; Johannes 4, 5-42

Zusters en broeders,

Het volk dat na haar vlucht uit Egypte in de woestijn dwaalde, dacht haar bestemming te hebben gevonden. Refidim betekent rustplaats. Vol hoop breekt het volk uit hun woestijn. Maar tot hun grote schrik blijkt daar geen water te zijn.

Alle hoop op een plek vestigen

In de veertigdagentijd horen woestijnverhalen. Ze horen ook bij onze weg naar Pasen.
De woestijn waar het volk dwaalt betekent veel meer dan alleen een geografische aanduiding. Hun tocht door de woestijn is een metafoor voor dwalen en verdwalen. Voor niet meer weten hoe het verder moet.

Na hun Pesach, hun Pasen is het volk de woestijn in gevlucht. Ze zijn onderweg en weten niet meer waarheen. Ook de veelbelovende rustplaats in de woestijn, Refidim, biedt hen geen uitkomst. Ze vinden daar geen rust en geen water dat hun dorst kan lessen. Het is niet hun eindbestemming. Om überhaupt een kans te hebben om te overleven trekken ze terug de woestijn in. Maar niet zonder gemor tegen Mozes en tegen God. Zij hebben spijt van hun vertrek en eigenlijk zouden ze terug willen naar datgene wat hun vertrouwd voor kwam. Terug naar Egypte dus. Een plek waar water en voedsel was, maar waar ze zichzelf niet konden ontplooien. Ze konden zich daar niet ontplooien tot de mens zoals God dat voor hen bedoeld had.

Ze zien niet dat God met hun meereist. Ze hebben er geen beeld bij. Het enige dat hun verbindt met God is dan Mozes en daarom wend hun woede en wanhoop zich tot hem. En Mozes weet ook niet meer wat Hij kan doen. Hij weet niet hoe Hij hun dorst kan lessen.

In zijn wanhoop wendt Mozes zich tot God om hulp. En de hulp komt daar midden in de woestijn, weg bij Refidim waar hun dorst niet gelest kon worden. Bij Horeb. Ook weer meer dan een geografische aanduiding. De basis van dit woord heeft zoveel in zich. Heilige plaats, plek van afzondering, zwaard, uitgedroogd zijn. Horeb is een plek van mogelijkheden. Een plek waar je kracht kan vinden, waar je rust kan vinden waar je God kan vinden. En daar slaat Mozes uit de uitgedroogde rots water dat de dorst kan lessen en waardoor de mensen weer verder durven te gaan. Een rots die door Paulus uitgelegd wordt als Christus en daarmee een geestelijke rots die met het volk meetrok.

Bron betekent levend water

Uit die rots die met het volk Israël meetrok, stroomde levend water. Water dat meer is dan het vocht dat je nodig hebt om je lichaam gezond te houden. Een bron waar je voortdurend uit mag putten.

Zo worden we door de evangelist Johannes meegenomen naar de bron van het geloof. De bron die Jakob schonk aan zijn zoon. Daar ontmoet Jezus een Samaritaanse vrouw. Nu zijn ontmoetingen bij bronnen in de Bijbel altijd sprookjesachtige verhalen van verbintenis. De aartsvaders en Mozes vinden hun bruid bij een bron, wanneer zij daar dorstig aankomen. Er ontstaan daar huwelijken, ze gaan elkaar ‘bekennen’.

Zo is ook Jezus hongerig en dorstig wanneer Hij bij de bron aankomt. Maar het loopt niet zoals bij die andere Bijbelse sprookjes. De vrouw is daar alleen. Ze behoort tot de Samaritanen, die in onmin leven met de Joden. Zij is duidelijk zoekende en ook dorstig. Ze is ook verbaasd dat een Jood haar vraagt om te drinken uit dezelfde bron. Dan wordt het duidelijk dat Johannes hier meer mee bedoelt dan het lessen van de lichamelijke dorst. Het gaat om een geestelijke bron die alle verschillen tussen groepen kan overbruggen en daarmee verschillen tussen mensen onderling.

De ontmoeting bij de bron leidt niet tot een huwelijk, maar in het gesprek dat zich ontwikkelt gaat de vrouw Jezus ‘kennen’. Haar inzicht groeit en het wordt haar duidelijk wie ze daar ontmoet. Zij wil van het levende water drinken dat Jezus haar kan bieden.

Vijf mannen

Toch hebben ze het wel over relaties. De vrouw zegt dan dat ze geen man heeft en Jezus merkt op dat zij er wel vijf heeft gehad. Kan het zo zijn dat hiermee wordt verwezen naar de Thora van de Samaritanen? Een verschil in opvatting over de Bijbel. De Samaritanen erkende alleen deze vijf boeken en niet zoals de Joden al die andere boeken. Vergelijkbaar hoe de Joden weer ons Nieuwe Testament niet aannemen en vergelijkbaar met de verschillen die we ervaren met de Moslims.

Ondanks al die verschillen weet Jezus die te overbruggen door de bron met levend, geestelijk water. Haar dorst is gelest en zij heeft de waterkruik niet meer nodig. Daarom laat zij de kruik staan, om haar nieuwe inzicht te delen met haar stadsgenoten.

Oogsten

Wanneer de discipelen terugkomen van hun arbeid om voedsel voor het lichaam te verzamelen zijn ze verbaasd dat Jezus daarvan niet wil eten. Hij is verzadigd op een ander niveau. De verwijzing naar de oogst is daarbij nu belangrijk. Het verwijst hoe de woorden van Jezus als bron mensen tot andere inzichten heeft gebracht. Niet iets dat tot een volledige eenheid leidt, maar wel tot een putten uit dezelfde bron.

We merken helaas maar al te vaak dat het ons niet lukt samen de vruchten te plukken van de arbeid. Arbeid door andere gedaan, waar mensen nu van zouden moeten kunnen genieten. Zich door zouden kunnen laten sterken om ook weer verder te gaan.

Slecht water

Het is belangrijk om ook te ervaren dat het water dat uit de bron komt levend water is. Iets wat niet iedereen kan schenken. Soms duurt het even voordat mensen door hebben dat het geschonken water niet het levende water is dat ze zoeken.

Dit kan je dichtbij ervaren, in de eigen kring, in eigen parochie, maar ook politiek, zoals we dat afgelopen week hebben mogen ervaren. Water dat wordt gegeven dat eerder verwoestend werkt, een vergiftigde bron, waardoor mensen ziek worden, waardoor verdeeldheid wordt gezaaid.

Soms laten we mensen die van dat water geven te lang doorgaan. Maar uiteindelijk doorziet men net als bij Refidim, dat het niet goed is en dat men beter terug de woestijn in kan gaan dan blijven op de plek waar geen goed water aanwezig is.

Laat ons dus verlangen naar het gezonde en verkwikkende water van de bron die ons allen kan voeden. De bron waarvan Christus ons mag geven.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde