Preek bij het hoogfeest van de verjaardag van Kerkwijding en priesterjubileum 2018

Tekenen van hoop – 2 september 2018

Genesis 28, 10-18; Openbaring 21, 2-5; Lucas 19, 1-10

Zusters en broeders,
In de acht jaar dat ik vandaag bij jullie ben is er veel gebeurd. Het is voor ons allemaal een bijzondere reis geweest met mooie, maar ook met moeilijke en zelfs zware momenten. Ik heb het ervaren als een levensreis met vele ontmoetingen, maar ik heb ook zeer vaak afscheid moeten nemen. Vijf jaar geleden heb ik op die reis de priesterwijding mogen ontvangen en twee jaar geleden hebben we dit kerkgebouw gewijd als huis van God. Ik kijk er met veel dankbaarheid op terug, ook op de zware momenten, want ze maken je tot wie je bent en zo kunnen ze ook weer tekenen van hoop worden die je sterken op je verdere levensreis. Overigens is dat wel een opmerkelijke eigenschap van de mens, hoe ze telkens weer hoop kan vinden of geven aan anderen, ook al lijkt er niks meer te hopen.

Belofte aan Jakob

“Zonder hoop is er geen leven”. Deze uitspraak kwam ik tegen van een jonge vrouw die geboren is in de tijd van de genocide in Rwanda. Het deed mij beseffen hoe wonderbaarlijk het eigenlijk is hoe God op momenten dat er geen leven meer mogelijk is, toch met mensen een nieuw begin maakt en daarin mensen hoop geeft door ze op het spoor van een belofte te zetten, zoals de belofte van vandaag aan Jakob die al bij zijn grootvader Abram plotsklaps begon, toen “de Heer zei tot Abram: Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie, naar het land dat Ik u wijs.” (Gen. 12, 1)

Er is een verlangen gewekt bij Abram en het doet hem op weg gaan, alles achterlatend wat hij kent. Zoals Abram beschreven wordt, is hij eigenlijk niet iemand die echt anders is dan de andere mensen in die mensenwereld die we hebben leren kennen in de bijbel.

Wellicht ervoer hij het leven dat hij leidde niet als bevredigend en had hij honger naar een zinvoller leven. God roept hem dan en doet hem een belofte. Iets wat hoop geeft, maar wat geen pasklaar antwoord is op zijn verlangen. Hij zal zelf op weg moeten gaan, ja zeggen tegen die God die hij nog maar net heeft leren kennen. Onderweg zal hij ervaren wat het betekent om op God te vertrouwen.

Door de spanningen de Jakob had met zijn broer is er ook onrust bij hem gekomen. Het bedrog dat hij heeft gepleegd naar zijn broer Esau zit hem niet lekker en vervult zijn hoofd met twijfel. Het is voor hem een worsteling om zelf weer op het goede pad te komen en die hem blijvend zal tekenen. Gaandeweg leert hij God kennen, wanneer hemel en aarde contact maken met elkaar in zijn droom. Dan wordt het hem duidelijk dat de belofte die al aan zijn grootvader en vader is gedaan blijft gelden voor zijn nakomelingen. God is getrouw, hoezeer de mens ook afwijkt van Zijn weg.

Gods woning onder de mensen

Jakob legt zich – zijn hoofd moe geworden van de tweestrijd in zichzelf – te rusten ‘op een bepaalde plaats’. Het is daar dat God zich voor het eerst aan hem openbaart. Waar hij eerst leefde van de aardse zegen van zijn vader en de belofte die hij van horen zeggen heeft, is het nu God zelf die zich aan hem openbaart. De beloften die aan zijn grootvader en vader zijn gedaan, gaan nu over op hem. Het hemelse en aardse worden op dat moment voor hem met elkaar verbonden. Oprecht een heilige plaats. Ze wordt verbeeld door het visioen van de ladder, die mogelijkerwijs naar de ziggurats verwijst: grote, door mensen opgeworpen heuvels die uitdrukten dat hemel en aarde verbonden waren. Men vermoedt ook wel dat de toren van Babel zo’n ziggurat moet zijn geweest. Daar werd de verbinding tussen hemel en aarde verbroken.

Mogelijk is de plek waar Jakob ging slapen een soort gastenhuisje die zich bovenop zo’n ziggurat bevond en die bestemd waren voor de godheid. Jakob noemt die plaats dan ook Betel, wat betekent: huis van God. Wel interessant omdat hij die naam instelt, terwijl in het verhaal van de roeping van zijn grootvader Abram de plaats Betel al een centrale rol speelt.

Het is blijkbaar een belangrijk gegeven voor de joden om een plek te hebben waar je God kunt ontmoeten, waar hemel en aarde zich kunnen verbinden. Ook in de Islam vinden we het terug, waar het in enkele soera’s in de koran in verband wordt gebracht met Abraham. Daar waar Gods woning onder de mensen is, kunnen mensen steun, troost en hoop vinden, hoewel we ook hebben geleerd dat het niet alleen om die muren van steen draait.

Bij een zondig mens is Hij zijn intrek gaan nemen

Gods woning kunnen we namelijk ook figuurlijk opvatten, wanneer Hij zijn intrek neemt bij mensen. Op bijzondere wijze ontdekken we dat vandaag in het evangelie. Bij de laatste persoon waarvan je het verwacht besluit Jezus zijn intrek te nemen. Een tollenaar, ook iemand die bedriegt en neemt wat hem niet toebehoort (herkennen we hier Jakob?) Jezus laat zien dat ook Zachéüs een zoon van Abraham is en het niet te laat is om een nieuw begin te maken. De belofte is er ook voor hem!

God roept dus niet de mensen die bij voorbaat al heilig zijn. Het is een God van vernieuwing en hoe kun je dat beter laten zien dan door mensen met hun gebreken een nieuw begin te laten maken, zodat God voortaan bij hun is, zoals de Naam van God zich laat uitleggen. Ook al denken de mensen er anders over, omdat zij niet kunnen zien wat God ziet.

Soms zie je het zelf ook niet. Zo heb ik dat zelf ook wel ervaren. Momenten dat je eigenlijk niet denkt dat jij de geschikte persoon bent voor iets, dat soms ook bevestigd wordt door morrende mensen. In je streven naar een priesterlijk leven word je vaak geconfronteerd met je eigen gebreken en met andere mensen die in jouw ogen een veel vromer of geloviger leven leiden dan jijzelf.

Toch heb ik lang geleden de stap gewaagd om mij op die weg van God te begeven, niet wetende waar het toe zou leiden. Vandaag, vijf jaar geleden, werd dat dan bevestigd door mijn wijding. Het voelt ook als een belofte, niet zozeer aan mijzelf, maar aan de mensen om mij heen. Wat die belofte inhoudt kan ik nooit zo goed onder woorden brengen, maar ik ervaar die belofte telkens weer wanneer ik merk dat mijn priester-zijn of dit gewijde godshuis tot teken van hoop kan zijn voor anderen, dan zie ik daar een glimp van die belofte van God verschijnen en voel ik mij intens gelukkig en dankbaar.

Maar ik heb ook ervaren dat muren van steen kwetsbaar zijn, zoals ook mijn lichaam en hele menszijn kwetsbaar is. Dat we elkaar heel hard nodig hebben om de belofte van God zichtbaar te maken aan de mensen. Zo hoop ik dan ook dat we samen eraan blijven werken deze plek en ons geloof in te zetten als tekenen van hoop in deze stad en de hele wereld.

Amen.

Pastoor Victor Scheijde